Laden Evenementen
Dit event is voorbij.

An Italian Journey

Marco Enrico BOSSI (1861-1925): Suite de Valses, Op. 93 :

  1. Carezzevole, II. Stesso andamento, III. Mosso e con passion, IV. Agitato, V. Con slancio, VI. Con dolore, VII. Finale. Con vivacità

Alfredo CASELLA (1883-1947) : Pupazzetti :

  1. Marcetta, II. Berceuse, III. Serenata, IV. Notturnino, V. Polka

Ottorino RESPIGHI (1879-1936): Antiche danze e arie per liuto (sélection) :

Balletto detto Il Conte Orlando, Villanella, Passo mezzo e mascherada.

Ferruccio BUSONI (1886-1924) : Canti finlandesi;

.

Due di Duo

 

Caterina en Salvatore ontmoeten elkaar in 2013 aan het Koninklijk Conservatorium Brussel in de klas van Eliane Reyes. Caterina is zeer actief als kamermusicus en in de hedendaagse muziek. Ze behaalt een master in begeleiding en een master in piano aan het Koninklijk Conservatorium Brussel, evenals een diploma vertaler-tolk moderne talen (Universiteit van Bologna, Italië). Salvatore behaalt een master in piano en een master in muzikale pedagogie aan het Koninklijk Conservatorium Brussel, evenals een diploma buitenlandse talen en literatuur (Universiteit van Palermo, Italië). Na een intensieve studie van het repertorium voor twee piano’s, richten Caterina en Salvatore zich recent op de literatuur voor quatre-mainsstukken. Ze treden vaak op in België en Italië. Sinds 2018 volgen ze lessen aan het Orpheus Instituut in Gent om zich verder te verdiepen in kamermuziek. Verbonden door de wens om minder gekende werken te ontdekken, leggen ze zich vooral toe op quatre-mainsstukken uit de 20ste eeuw. Ook de interpretatie van zelden gespeelde werken uit het Italiaanse oeuvre krijgt hun aandacht.

 

 

Marco Enrico Bossi (1861-1925) was een van de Italiaanse componisten van zijn tijd. die aan de basis lag van de wedergeboorte van de Italiaanse instrumentale muziek in de tweede helft van de negentiende eeuw. La Suite de Valses, op. 93 past bij de zijn voorliefde voor de salonroman en laat duidelijk de nauwe band met de late romantiek van Brahms zien.

 

Voor Alfredo Casella (1883-1947) begint de heropleving van de Italiaanse muziek in de internationale culturele stroming in Parijs. In Pupazzetti vinden we het gestileerde contrapunt en de voorliefde voor de ironische en de anti-expressieve melodie van Ravel. Het thema van de marionet, op verschillende manieren herzien door het symbolisme en expressionisme, wordt overgenomen door Casella. Zij voegt de komische smaak toe van de maskers van de Italiaanse komedie. Nieuwe harmonische mogelijkheden worden onderzocht, waarbij het gebruik van dissonanties tot het uiterste wordt opgedreven.

 

Antiche arie e danze per liuto is een verzameling van vrije transcripties uit de 16e en 17e eeuw, geschreven voor luit. Deze werken bevatten geen filologische bedoeling. In de wens om een nieuwe impuls te geven aan de Italiaanse muziek en zich terug te trekken van het belcanto, herontdekt Ottorino Respighi (1879-1936) deze eeuwenoude Italiaanse instrumentale traditie.

 

In de muziekproductie van Ferruccio Busoni (1886-1924) is de transcriptie of het citeren van populaire motieven over het algemeen erg aanwezig. Hij componeert de Canti popolari finlandesi tijdens zijn verblijf in Finland als docent aan het Muziekinstituut van Helsinki. De volksmotieven worden ondergedompeld in een modern schrift dat dichtbij de taal van de late negentiende eeuw staat en gecombineerd wordt met het classicisme.